Diagnose en behandeling te weinig gericht op vrouwen

Voor veel aandoeningen blijken grote verschillen tussen mannen en vrouwen te bestaan, bijvoorbeeld wat betreft de ernst, symptomen, frequentie en aanvangsleeftijd. De gezondheidszorg moet dus meer rekening houden met deze verschillen. Tot nu toe heeft  onderzoek naar ziekten en medicijnen vooral plaatsgevonden bij mannelijke deelnemers en proefdieren. Dit komt o.a. doordat de hormooncyclus van vrouwen (zowel mensen als dieren) verstorend kan werken op de onderzoeksresultaten. Daardoor is lang niet onderkend dat vrouwen door hun cyclus wel eens anders zouden kunnen reageren dan uit de onderzoeken naar voren kwam.

 

De Volkskrant beschrijft in een uitgebreid artikel (7 april 2012) van Ellen de Visser een aantal verschillen tussen mannen en vrouwen wat betreft aandoeningen en medicijnen. De tekst van dat artikel is hieronder overgenomen.

 

Mannelijk onderzoek met mannelijke proefdieren en als uitkomst 'mannelijke' medicijnen: dat was eeuwenlang de norm. Ten onrechte, blijkt uit steeds sterker bewijs.


Vrouwen kunnen slecht kaartlezen en hebben moeite met inparkeren, terwijl mannen nooit de weg vragen als ze verdwalen. Mannen zijn langer en zwaarder, hebben minder vet, wel baardgroei, geen borsten, een ander brein, en zo verder. Maar als ze ziek worden, mannen en vrouwen, zouden ze opeens weer gelijk zijn. Een mannelijk hart wijkt niet af van een vrouwenhart, het immuunsysteem van de seksen is identiek en medicijnen hebben in een vrouwenlijf dezelfde werking als in dat van een man. Eeuwenlang was die 'één maat, altijd pas'- gedachte de leidraad in de medische wetenschap.

Pas de afgelopen jaren zijn voor veel aandoeningen grote sekseverschillen ontdekt op het gebied van ernst, symptomen, frequentie en aanvangsleeftijd. Geen wonder; want het onderzoek naar ziekten en medicijnen wordt zo gestuurd dat de cellijnen, de proefdieren en de deelnemers aan klinisch onderzoek vooral van mannelijke komaf zijn. Vrouwtjesdieren zijn duurder en ze verstoren, net als vrouwtjesmensen, door hun hormonen mogelijk de onderzoeksresultaten. Dat vrouwen door hun cyclus weleens heel anders zouden kunnen reageren is daardoor lang niet onderkend, om nog maar te zwijgen over het effect van anticonceptie, menopauze en zwangerschap.

Mannen domineerden de wetenschap. Zo werd de man de norm en de vrouw daarvan een afgeleide. Maar er komt steeds meer onweerlegbaar bewijs dat de gezondheidszorg rekening moet houden met de verschillen tussen man en vrouw. Zo uiten mannen psychische problemen op een andere manier, geeft een dreigend hartinfarct bij vrouwen hele andere klachten en hebben medicijnen bij vrouwen veel vaker bijwerkingen. Aandacht daarvoor levert kwaliteit van leven op, voorkomt onnodige sterfgevallen, en scheelt veel geld.

De Europese Commissie is zich hiervan bewust en heeft biomedisch wetenschapper Ineke Klinge, verbonden aan het Maastricht UMC, gevraagd een speciale website op te zetten. Het doel is om wetenschappers te informeren en helpen en ze te overtuigen van het grote belang van man-vrouwverschillen in hun onderzoek. Op www.genderedinnovations.eu staan praktische methoden om die verschillen te analyseren, maar ook onderzoeksterreinen waar die analyse al tot belangwekkende nieuwe kennis heeft geleid.

 

Volwassen vrouwelijke stamcellen blijken in het laboratorium actiever te zijn dan mannelijke, en meer groeifactoren te produceren. Dat is van groot belang voor de behandeling. Onderzoek naar het effect van beenmergtransplantaties maakt duidelijk dat het geslacht van de stamceldonor cruciaal kan zijn.

Pas toen wetenschappers vrouwtjesmuizen bij hun onderzoek betrokken, ontdekten ze dat de functie van het immuunsysteem sterk wordt beïnvloed door de maandelijkse cyclus. Dat was belangrijk voor de behandeling van bijvoorbeeld auto-immuunziekten. Het verklaart bijvoorbeeld ook waarom het hiv-virus geneigd is om zich sneller in mannen te verspreiden dan in vrouwen.

De onderzoekspraktijk verandert maar langzaam, zegt Klinge. De Amerikaanse overheid scherpte twintig jaar geleden de wet al aan om wetenschappers te verplichten meer vrouwen bij hun klinisch onderzoek te betrekken. Maar twee jaar geleden bleek uit een artikel in Nature dat vrouwen in biomedisch onderzoek nog altijd ondervertegenwoordigd zijn. Ook in door Europa gesubsidieerd onderzoek moet nu aandacht worden besteed aan man-vrouwverschillen, zegt Klinge. Maar geneesmiddelenautoriteit EMA kan beleid niet opleggen zonder concensus tussen de Europese lidstaten, die alle in de organisatie zijn vertegenwoordigd.

'Er wordt hard gelobbyd voor richtlijnen', zegt ze. 'Wij zouden willen dat mannen en vrouwen in klinisch onderzoek evenredig zijn vertegenwoordigd. Nu is vaak onduidelijk wat de sekse is van proefpersonen doordat die gegevens niet worden vermeld. Ook een analyse van de resultaten naar sekse ontbreekt nogal eens. De onderzoekers gebruiken vaak wel mannelijke en vrouwelijke proefpersonen maar corrigeren vervolgens voor sekse. Dan weet je nog niks.'

Voor cel- en dieronderzoek zijn er wereldwijd al helemaal geen regels. Een recente analyse wijst uit dat maar in eenvijfde van de studies het geslacht van cellen wordt benoemd en dat in tweederde van die studies de cellen allemaal mannelijk zijn. Bij dierstudies zijn de resultaten al niet veel beter, zo blijkt uit een vorig jaar gepubliceerd overzicht. In heel veel vakgebieden is de mannetjesmuis of -rat veruit in de meerderheid. Bij ruim 60 procent van het dieronderzoek naar geneesmiddelen bijvoorbeeld worden nog altijd alleen mannetjes gebruikt.

Fatale stoornissen

De gevolgen van zo'n eenzijdige aanpak kunnen desastreus zijn, aldus Klinge. Eind jaren negentig werden in drie jaar tijd acht geneesmiddelen van de Amerikaanse markt gehaald omdat ze een gezondheidsrisico voor vrouwen opleverden. Zo bleken twee medicijnen tegen allergie bij vrouwen soms tot fatale hartritmestoornissen te leiden. Vermoedelijk temperen mannelijke geslachtshormonen de gevoeligheid van de hartspier voor het middel. Dat verschil kwam pas aan het licht in de praktijk. Het moet voor een aantal farmaceutische bedrijven een enorme strop zijn geweest, denkt Klinge - en dat economische argument speelt zeker mee bij de veranderingen die nu op gang komen, zegt ze.

Waar biomedicus Klinge vanuit Maastricht de wetenschappers van advies en informatie voorziet, doet Toine Lagro, hoogleraar vrouwenstudies medische wetenschappen, vanuit Nijmegen hetzelfde voor het onderwijs en de medische praktijk. De komende twee weken is ze weer gevraagd om, dit keer in Utrecht en Den Bosch, huisartsen bij te scholen inzake seksespecifieke geneeskunde en hulpverlening.

Lagro, praktiserend huisarts, begon een paar jaar geleden aan het UMC St Radboud het kenniscentrum sekse en diversiteit in het medisch onderwijs. Het onderwijs aan artsen in spe was lange tijd gericht op specifieke klachten en aandoeningen, vertelt ze, zonder rekening te houden met verschillen tussen man en vrouw. Universiteiten, ook in het buitenland, kunnen bij het centrum een abonnement nemen en lesmateriaal bestellen. De thema's variëren van sekseverschillen bij seksueel overdraagbare aandoeningen, verslavingen en urine-incontinentie tot misbruik en huiselijk geweld.

Ook dat laatste onderwerp is belangrijk voor de gezondheid van vrouwen, zegt Lagro. 'De frequentie en de gevolgen van misbruik en geweld verschillen enorm tussen vrouwen en mannen, en de gevolgen worden vaak op kinderen overgedragen.'

Ze maakt ermee duidelijk dat gezondheidsverschillen tussen mannen en vrouwen niet alleen te maken hebben met sekse - de biologische component - maar ook met gender: het gedrag en de identiteit die met de sekse zijn verbonden. Mannen, zegt Lagro, zijn bij gezondheidsproblemen bijvoorbeeld eerder geneigd die te ontkennen, zelf een oplossing te bedenken of afleiding te zoeken; terwijl vrouwen dat probleem centraal stellen, erover praten en naar de dokter gaan. 'Mannen zijn kwetsbaar omdat ze voorbijgaan aan hun problemen en vrouwen omdat ze er te veel in blijven hangen.'

Verslapt

Nu de kennis over vrouwspecifieke gezondheid groeit, dreigt echter een nieuw probleem: de aandacht voor de man verslapt. Een half jaar geleden bracht een werkgroep van de Europese Commissie het eerste rapport uit over de gezondheid van Europese mannen. Voorzitter van de werkgroep, de Britse hoogleraar mannengezondheid Alan White, luidde de noodklok en sprak over 'het zwarte gat': het aantal mannen dat in de arbeidzame jaren overlijdt is twee keer zo groot als het aantal vrouwen. Een paar noodkreten: mannen doen te weinig mee aan preventieve gezondheidsonderzoeken; er is sprake van een onderdiagnose van psychische ziekten; en de helft van de sterfgevallen op jonge leeftijd is te voorkomen.

Het gezondheidsnadeel voor mannen zit niet zozeer in de genen, constateert White, maar in hun levensstijl en in risicofactoren die te voorkomen zijn. Hoogleraar Lagro vindt dat de gezondheidsproblemen die mannen en vrouwen hebben in samenhang moeten worden bestudeerd. 'Die hebben immers vaak met elkaar te maken of beïnvloeden elkaar.'

Ineke Klinge vertelt over de campagne die White heeft opgezet om mannen tijdig naar de dokter te krijgen. Het zijn posters, bestemd voor werkplek en voetbalkantine, met de tekst: 'Je laat je auto toch ook repareren?'

VERSCHILLEN IN GEZONDHEID TUSSEN VROUWEN EN MANNEN

  • Mannen hebben een hogere pijndrempel dan vrouwen.
  • Vrouwen komen eerder bij uit een narcose dan mannen maar hebben daarna meer klachten, zoals hoofdpijn of overgeven.
  • Blaasontstekingen komen vaker voor bij vrouwen, doordat zij een kortere urinebuis hebben.
  • Mannen krijgen vaker kanker.
  • Astma komt in de kinderjaren meer voor bij jongetjes maar in de puberteit halen meisjes die 'achterstand' in (geslachtshormonen spelen daarbij een rol).


EEN MAN KAN BEST EEN 'TYPISCHE VROUWENZIEKTE' KRIJGEN - EN OMGEKEERD
Vrouwen lopen soms achter de mannen aan ...
Hart- en vaatziekten zijn lange tijd als een mannenkwaal gezien. Toch overlijden er meer vrouwen aan en dat zou te maken kunnen hebben met een late diagnose. Bij vrouwen slibt de kransslagader over de hele linie langzaam dicht (moeilijker te zien op een beeldscherm) terwijl bij mannen vaak op één plek een vernauwing te zien is. Vrouwen vertonen ook andere symptomen dan mannen: geen druk op de borst maar vaker vermoeidheid of pijn in de rug. Omdat hun hormonen een gunstige invloed hebben op het cholesterolgehalte en de bloeddruk, neemt na de overgang hun risico op hartklachten sterk toe. Met cardioloog Angela Maas publiceerde hoogleraar Toine Lagro onlangs een handboek over vrouwspecifieke cardiologie. Inmiddels zijn in enkele ziekenhuizen speciale vrouwenspreekuren voor hart- en vaatziekten opgezet.

... maar ook mannen worden soms over het hoofd gezien
Borstkanker en anorexia worden beschouwd als typische vrouwenziekten en daardoor wordt weleens vergeten dat mannen ze ook kunnen krijgen. Depressies komen twee keer zo vaak voor bij vrouwen, zegt Ineke Klinge, maar het is goed mogelijk dat die aandoening bij mannen vaak niet wordt vastgesteld. 'Voor de diagnose van een depressie moeten symptomen een periode aanwezig zijn. Mannen bagatelliseren die klachten nogal eens.' De symptomen zijn ook niet sekseneutraal, zegt ze. 'Huilt u veel?', is een van de vragen. Maar depressieve mannen, weet ze, hebben vaker last van slapeloosheid. 'Ze hebben minder officiële symptomen en praten daar slechter over, maar ze hebben er wel last van.' In Nederland stierven in 2010 ruim twee keer zoveel mannen als vrouwen door zelfdoding.

Botontkalking is een van de weinige ziekten waarbij de vrouw lang de norm was. Cijfers over botdichtheid van gezonde jonge vrouwen vormden de referentie; criteria om de ziekte bij mannen vast te stellen ontbraken. Het effect van bisfosfonaten, de meestgebruikte geneesmiddelen, waren alleen bij vrouwen onderzocht. Toen gegevens bekend werden over de botdichtheid van jonge mannen bleken bijna twee keer zo veel oudere mannen aan botontkalking te lijden.

 

Bronnen: