Traditionele geneeskunde als bron voor nieuwe medicijnen

Planten die in verschillende uithoeken van de wereld traditioneel voor specifieke aandoeningen worden gebruikt, blijken vaak dezelfde werkzame stoffen te bevatten. Deze ontdekking kan helpen bij de ontwikkeling van nieuwe medicijnen.

 

Wereldwijd worden in traditionele kruidenkunde tienduizenden plantensoorten toegepast. Maar een fractie van deze kruiden is onderzocht op bio-actieve componenten. Welke kruiden kun je nu als beste eerst onderzoeken om te zien of zij ook als basis voor westerse medicijnen kunnen gelden?

 

Een aantal Britse biologen heeft hier een methode voor ontwikkeld. Daartoe verzamelden de biologen informatie over in totaal zo'n 20.000 plantjes, waarvan ze een fylogenetische stamboom opstelden op basis van genetisch materiaal, eiwitten en uiterlijke kenmerken. De planten kwamen uit totaal verschillende delen van de wereld: 7.000  uit Nepal, 4.000 uit Nieuw-Zeeland en 11.000 uit Zuid-Afrika. Deze gebieden liggen namelijk zover uit elkaar, dat de bewoners het gebruik van de kruiden moeilijk van elkaar kunnen hebben overgenomen. Het ligt meer voor de hand dat ze het medicinale gebruik onafhankelijk van elkaar hebben ontdekt.

 

Planten die in alle drie regio's werden gebruikt voor bijvoorbeeld hart- en vaatziekten, bleken fylogenetisch sterk aan elkaar verwant te zijn. Hetzelfde gold voor kruiden die voor andere aandoeningen werden gebruikt. Voor de zekerheid deden de onderzoekers nog een willekeurige greep uit het totale assortiment kruiden, en daarin bleek de kans op aanwezigheid van bio-actieve stoffen duidelijk lager te zijn.

 

De conclusie dat traditionele geneeswijzen dus eigenlijk zo gek nog niet zo zijn, willen de onderzoekers helaas nog niet trekken. Wel concluderen ze dat fylogenetische cross-culturele vergelijkingen op basis van het gebruik van planten in traditionele geneeswijzen, een goede bron zijn voor de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen.

 

Meer informatie: