Minder overgangsklachten door ontspanningsoefeningen

Vrouwen met overgangsklachten die in een groepstherapie ontspanningsoefeningen hebben geleerd, kunnen hun klachten beduidend laten afnemen. Dat blijkt uit onderzoek van de Linköping Universiteit (Zweden).

 

Tijdens de overgangsperiode krijgt ongeveer 70% van de vrouwen last van opvliegers en zweten. Sommige vrouwen hebben hier maar kort last van, maar voor 10% van deze vrouwen duren deze klachten langer dan vijf jaar. Een tijd lang werden voor deze klachten hormonen voorgeschreven, maar sinds gebleken is dat door hormoontherapie het risico op borstkanker en op hart- en vaataandoeningen toeneemt, worden hormonen veel minder vaak voorgeschreven voor overgangsklachten, en is er meer belangstelling voor alternatieve behandelmethoden.

 

Aan het onderzoek van de Linköping Universiteit deden 60 vrouwen mee, die tenminste 50 keer per week gemiddelde tot ernstige overgangsverschijnselen hadden, maar verder gezond waren. De vrouwen werden verdeeld in twee groepen. De onderzoeksgroep kreeg groepstherapie (10 sessies); de controlegroep werd niet behandeld. Tijdens de groepstherapie leerden de vrouwen ontspanningsoefeningen: eerst focussen op specifieke spiergroepen in het lichaam, vervolgens via ademhalingstechnieken zoveel mogelijk ontspannen. De deelnemers kregen ook oefeningen om thuis dagelijks toe tepassen. Doel was dat ze de ontspanningsoefeningen vervolgens zelfstandig zouden kunnen toepassen, om zo meer invloed op de overgangsklachten te krijgen.

Tijdens de therapieperiode en drie maanden daarna, hielden de vrouwen een dagboekje bij over hun opvliegers. Daarnaast vulden ze drie keer een vragenlijst in, en werd via een speekseltest de hoeveelheid cortisol (het 'stress-hormoon') gemeten.

 

De resultaten waren erg bemoedigend. De vrouwen uit de onderzoeksgroep hadden beduidend minder opvliegers (van gemiddeld 9.1 naar 4.4 per 24 uur), en drie maanden na afloop van de groepstherapie bestond dit effect nog steeds. Daarnaast gaven de vrouwen (via de vragenlijsten) aan dat hun levenskwaliteit beter was: ze scoorden hoger op geheugen, concentratie, slaapkwaliteit en ervaarden minder angst en onrust. De hoeveelheid gemeten stresshormoon bleek niet te verschillen tussen beide groepen.

 

Links: