Screening van eierstokken op kanker biedt meer na- dan voordelen

Het jaarlijks screenen van vrouwen op mogelijke kanker van de eierstokken zorgt er niet voor dat minder vrouwen aan deze vorm van kanker overlijden. Wel leidde de screening tot meer medische ingrepen met  bijbehorende complicaties.

 

In de Verenigde Staten behoort kanker aan de eierstokken tot de vijf meest dodelijke kankersoorten bij vrouwen. De diagnose wordt vaak pas gesteld als de kanker al vergevorderd is; na 5 jaar is vervolgens nog maar 30% van deze vrouwen in leven. In een grootschalig onderzoek is nu gekeken of screening op deze kankersoort helpt om de kanker eerder te ontdekken en vervolgens beter te kunnen behandelen. Dit blijkt niet het geval.

 

Aan het onderzoeken deden bijna 80.000 vrouwen in de leeftijd van 55 tot 74 jaar mee. De helft van de vrouwen kreeg jaarlijks een screening op kanker aan de eierstokken. De controlegroep ontving de gebruikelijke medische zorg.  De deelneemsters werden maximaal 13 jaar gevolgd.

 

In de screening-groep kregen 212 vrouwen de diagnose eierstokkanker; 118 vrouwen overleden hieraan. In de controlegroep kregen 176 vrouwen deze diagnose; 100 vrouwen overleden hieraan. Het verschil in overlevingskansen bleek statistisch niet significant.

 

In de screening-groep werden ruim 3000 vrouwen onterecht verdacht van kanker aan de eierstokken. Eenderde van deze groep vrouwen werd geopereerd als onderdeel van de diagnostiek; bij weer eenderde van deze groep werden een of beide eierstokken verwijderd. Van de behandelde vrouwen kreeg 20% te maken met forse complicaties als gevolg van de operatie.

 

De onderzoekers concluderen dan ook dat jaarlijkse screening op kanker aan de eierstokken niet aan te raden is. Screening zorgt er niet voor dat de kanker daadwerkelijk eerder wordt ontdekt, maar leidt wel tot meer medische ingrepen en complicaties hierbij.

 

Links: