Chemotherapie bij borstkanker?

Bij borstkanker bestaat de behandeling meestal uit een operatie gevolgd door chemotherapie. Uit onderzoek blijkt dat chemotherapie bij de meeste vrouwen met beginnende borstkanker totaal niet nodig is, en zelfs meer kwaad dan goed doet.

De chemotherapie wordt gegeven om de kans dat de kanker terugkomt te verkleinen. Het is daarom nodig te bepalen of een patiente een kleine of grote kans op terugkeer van de kanker heeft. Artsen bepalen dit nu meestal op basis van de leeftijd van de vrouw en de "gradatie" van de tumor, maar deze benadering blijkt niet erg precies.

Canadese onderzoekers hebben nu een nieuwe manier ontwikkeld om het risico op terugkerende kanker te bepalen. Ze kijken daarbij of specifieke "biomarkers" aanwezig zijn - dit zijn speciale expressies van genen, meestal gaat het hierbij om genbeschadigingen. Daarmee kunnen ze, afhankelijk van de groep patienten, met 87 - 100% zekerheid bepalen welke tumoren weinig kans op verspreiding hebben. Bij deze tumoren is het niet nodig om chemotherapie uit te voeren.

Het onderzoek is gebaseerd op de gegevens van ruim 1000 borstkankerpatienten waarbij bekend was of en hoe de oorspronkelijke tumor zich verspreidde en hoe lang de betrokken patient vervolgens nog in leven bleef. Volgens de onderzoekers is het gebruikte algoritme ook uit te breiden naar andere typen kankers die vaak overbehandeld worden. Prostaatkanker is daar een goed voorbeeld van. Ook biedt het algoritme aangrijpingspunten voor gepersonaliseerde therapie voor kankerpatienten.

Het onderzoek is gepubliceerd in Nature Communications.

Links: