Voorkomen van vroeggeboorte

Vroeggeboortes (d.w.z. geboortes na een zwangerschapsduur van minder dan 37 weken) leiden vaak tot complicaties. In een onderzoek werden zwangere vrouwen die een verhoogd risico hadden op een vroeggeboorte behandeld door het vaginaal toedienen van progesteron, een hormoon dat een belangrijke rol speelt bij het in stand houden van de zwangerschap. Dit leidde tot een significante afname van het aantal vroeggeboortes.

 

Wereldwijd worden jaarlijks bijna 13 miljoen babies te vroeg geboren. Bij een "vroege" vroeggeboorte heeft de zwangerschap 32 weken of minder geduurd; bij een "late" vroeggeboorte (zo'n 70% van alle vroeggeboortes) 34, 35 of 36 weken.

 

In het onderzoek werd allereerst via ultrageluid de lengte van de baarmoederhals (cervix) gemeten. Een korte cervix (van 25 mm of minder) is namelijk een belangrijke risicofactor voor een vroeggeboorte. De vrouwen met een korte cervix kregen vervolgens vaginaal het hormoon progesteron toegediend. Hierdoor nam het aantal vroeggeboortes duidelijk af; ook de sterfte van babies rondom de geboorte nam af. De afname van vroeggeboortes vond plaats bij zowel de vroege als de late vroeggeboortes.

 

Aan het onderzoek namen bijna 800 vrouwen en ruim 800 babies deel.

 

Links: